Er wordt in Nederland gemiddeld één tot twee keer per week vis gegeten. Volgens de Hartstichting zou één keer vis per week voldoende zijn en dan het liefst vette vis. Het zou namelijk, volgens onderzoek, de kans op vaat-, hartziekten en het slechte LDL-cholesterol verlagen.

Vis bevat onder andere DHA en EPA. Dit zijn omega-3 vetzuren. Vette vis bevat meer van deze vetzuren dan magere vissoorten. Bij magere vissoorten moet je vooral denken aan witte vis zoals kabeljauw en koolvis. Helaas is vette vis sneller vervuild dan bijvoorbeeld witvis doordat zich in het vet de schadelijke stoffen ophopen. Je kunt beter vis eten uit de Stille Oceaan dan uit de Europese wateren aangezien de laatste meer vervuild is.

Paling uit Nederlandse (grote) rivieren kun je beter mijden aangezien deze een hoog gehalte hebben aan dioxine. Wanneer je zwanger bent of borstvoeding geeft is het beter om roofvis te mijden en eet je niet meer dan twee porties vette vis per week. Bij de visspecialist of in de supermarkt kun je vragen wat vette vis is en wat niet als je het niet zeker weet.

1. (Atlantische) Zalm

Hoeveelheid vet: 10 gram (of meer)

Wetenschappelijke naam: Salmo Salar

De zalm staat hoog bovenaan het lijstje met vette vissen. Deze grote vis weegt gemiddeld, als hij volwassen is, 26 kilo en kan 150 cm worden. In het begin van de 20e eeuw was de zalm in Nederland bijna uitgestorven.

Een zalm groeit op in zoet water en heet dan een parr. De tien tot twaalf donkere vlekken op zijn zijkant verdwijnen als hij ouder wordt (dan heet hij een smolts).

Wanneer hij volwassen wordt, zwemt hij naar de zee. Hierna zwemt hij naar paairiviertjes waar er eitjes worden bevrucht en een groot deel van de volwassen zalmen afsterft. De zalmen die het overleven zwemmen terug naar de zee.

2. Haring

Hoeveelheid vet: 10 gram (of meer)

Wetenschappelijke naam: Clupea Harengus

In Nederland kennen we de haring ook als Hollandse Nieuwe of Hollandse maatjesharing. Wat het verschil hiervan is? De haring mag alléén als Hollandse Nieuwe worden verkocht wanneer de vis tussen 1 mei en 31 augustus wordt gevangen en in datzelfde jaar tussen 1 mei tot en met 30 september wordt verkocht. De haring die buiten deze periode wordt gekocht of gevangen heet Hollandse maatjesharing.

Het eerste tonnetje haring van een jaar wordt altijd in juni geveild en de dag waarop dat gebeurt heet Vlaggetjesdag. In Nederland wordt haring meestal rauw gegeten met of zonder uitjes en / of zuur.

Aan de ene kant is haring heel gezond doordat ze een goede bron zijn voor omega 3, mineralen en vitamines. Aan de andere kant wordt haring bewaard in zout waarin veel natrium zit, dit is dan weer niet goed voor je bloedvaten, hart en nieren.

3. Makreel

Hoeveelheid vet: 10 gram (of meer)

Wetenschappelijke naam: Scomber Sombrus

Je kunt de makreel vinden van de Middellandse Zee tot aan het noordelijke van de Atlantische Oceaan bij IJsland, hiernaast komt hij ook voor in de Noord- en Oostzee. De beste tijd om de makreel te vangen is tussen juli en februari.

Omdat het rode (vis)vlees van de makreel redelijk snel bederft wordt hij meestal gestoomd of gerookt aangeboden, maar je kunt makreel in bijvoorbeeld de supermarkt ook in blik kopen waar ze vaak in olie of saus zitten.

De buitenkant van de vis kun je herkennen aan de groenblauwe rug met een soort donkerdere zebra strepen en een staartvin met een diepe inkeping. De maximale lengte van een makreel is 66 cm. Wanneer je de makreel bereidt smaakt een zuurtje er heel goed bij, denk hierbij aan wat azijn, mosterd, wijn of mierikswortel.

4. Sprot

Hoeveelheid vet: 10 gram (of meer)

Wetenschappelijke naam: Sprattus Sprattus

De sprot is familie van de haringen, maar is een stuk kleiner dan de gewone haring. De sprot wordt namelijk maar een cm of 18 lang. Je kunt dit visje herkennen aan een zilverkleurige zijkant en een grijsgroene rug.

Deze zoutwatervis heeft een paaitijd tussen januari en juli die piekt in mei en juni. Je kunt het sprotje vinden in de Noordzee, Oostzee en de Noordoost Atlantische Oceaan. Voor de Belgische en Nederlandse kust komt de sprot vrij veel voor.

De Denen zijn de meesters als het gaat om het vangen van sprotjes, van alle gevangen sprotjes vangen zij zo een 90 %. Je kunt gerookte sprot vaak tegenkomen onder de naam kielersprot. Net als bij haring bevat de sprot ook behoorlijk veel zout, maar zit wel vol met goede stoffen als mineralen, vitaminen en omega 3 vetzuren.

5. Paling

Hoeveelheid vet: 10 gram (of meer)

Wetenschappelijke naam: Anguilla Anguilla

Hij wordt ook wel de Europese aal of gewoon aal genoemd, de paling. De paling is een echte trekvis, en al weet niemand hoe het voortplanten van de aal gebeurt, lijkt het erop dat ze paaien in de Sargasso Zee, ten oosten van Florida. Hier leggen de vrouwtjes zo een 4.000.000 eitjes die bevrucht worden door verschillende mannetjes.

De Golfstroom zicht ervoor dat de larven van de paling meedrijven naar de Afrikaanse en Europese kust. Dit kan wel 270 dagen duren. De (jonge) glasaaltjes gaan op hun reuk naar een rivier waar ze ongeveer acht jaar in zoet water verblijven. 

Na de acht jaar gaan zoeken ze het zoute water op, indien nodig zelfs over het land, waar ze wel 7 duizend km kunnen afleggen om terug te keren naar de paaigronden. Een paling kan wel 80 jaar worden. In Nederland is vanaf 2009 een Europese Aalverordering van kracht om ervoor te zorgen dat de palingpopulatie weer gaat toenemen aangezien de paling nu bijna is uitgestorven. Dit kan lang duren omdat palingen behoorlijk oud kunnen worden.

6. Ansjovis

Hoeveelheid vet: 2 tot 10gram

Wetenschappelijke naam: Engraulis Encrasicolus

De familie van de ansjovis bestaat uit 139 soorten. Dit visje is met een maximumlengte van 20 cm geen grote vis te noemen. Het visje wordt ook niet echt oud; maximaal drie jaar. De ansjovis kun je aantreffen in de westelijke Indische Oceaan, de Middellandse Zee, Atlantische Oceaan, Zwarte Zee en de Zee van Azov.

De ansjovis eet voornamelijk plankton en leeft in grote scholen. Het paaien van de ansjovis gebeurt in kustgebieden. De ansjovis die we in Nederland eten komt vooral uit het zuiden van Europa. De kust van Portugal en de Golf van Biskaje bevatten de belangrijkste ansjovisbestanden van Europa.

We kennen de ansjovis vooral als een klein en behoorlijk zout visje dat bijvoorbeeld op een pizza kan worden gegeten. Het pekelen van de ansjovis gebeurt vooral in Italië, Frankrijk en Griekenland. Spanje daarentegen legt de vis vaak eerst in citroensap of azijn en na een nacht doen ze er knoflook, peterselie en olijfolie bij om ze vervolgens als tapas op te dienen.

7. Sardientjes

Hoeveelheid vet: 2 tot 10 gram

Wetenschappelijke naam: Sardina Pilchardus

Het Sardientje is familie van de haring. Onder het bevel van Napoleon werden sardientjes populair. Zeker nadat de Fransman Pierre Durant het conservenblik had uitgevonden in 1810. Omdat onder andere de sardientjes in een conservenblik veel langer goed gehouden konden worden steeg zijn populariteit met name in Frankrijk.

De sardientjes zijn ook heel populair geworden in bijvoorbeeld Portugal en Spanje waar het sardientje ondertussen is uitgeroeid tot een ware delicatesse. De jaren 70 en 80 zorgden voor een sardientjes crisis omdat de vis overbevist werd en met uitsterven werd bedreigd.

In bijvoorbeeld Peru gingen ze de ansjovis in plaats van sardientjes eten, in Australie was het de Elft en in Canada de haring. Maar deze andere vissen werden ook onder de noemer ‘sardine’ verkocht, dus heeft Noorwegen het gestandaardiseerd. Tot op de dag van vandaag mogen er twaalf soorten vis als sardines worden verkocht (ook al is deze niet meer bedreigd), deze twaalf soorten kunnen weer in vier groepen worden verdeeld namelijk: Sardine (Sardina), Sprot ((Sprattus), Haring (Harengus) en de Ansjovis (Engraulis).

8. Zwaardvis

Hoeveelheid vet: 2 tot 10 gram

Wetenschappelijke naam: Xiphias Gladius

De zwaardvis dankt zijn naam aan de lange spies die hij op zijn neus heeft, welke enigszins vergeleken kan worden met een zwaard. De zwaardvis behoort tot de baarsachtigen, en is de enige vis die tot de familie van de zwaardvissen (Xiphiidae) die nog leeft. De zwaardvis kun je herkennen aan een bijna witte buik en een grijsblauwe rug met een hoge rugvin net achter de kop.

Op de borst bevindt zich een sikkelvormige vin, op de buik zitten geen vinnen. Met een gewicht van ongeveer 590 kilo en een lengte van zo een 455 cm kun je dit een behoorlijk grote vis noemen. De zwaardvis is een echte roofvis die jaagt op de bodem van de zee of op open zee en leeft voornamelijk in scholen van vissen die uit de Pelagische zone komen.

Denk hierbij aan bijvoorbeeld barracuda’s, pijlinktvissen, tonijn en goudmakreel. Maar ook vliegende vissen, makreel, ansjovis, sardine, haring, heken en zilvervissen eet hij. Het ‘zwaard’ wordt overigens niet als spies gebruikt, maar om makkelijker te kunnen zwemmen door de hydrodynamische weerstand te verkleinen.

9. Tonijn

Hoeveelheid vet: 2 tot 10 gram

Wetenschappelijke naam: Thunnus

Er zijn best veel soorten tonijn welke we kunnen verdelen in twee groepen, namelijk de Thunnus (Neothunnus) waaronder de Zwartvintonijn, Tonggolton en de Geelvintonijn. Hiernaast heb je de Thunnus (Thunnus) waaronder de Zuidelijke Blauwvintonijn, Grootoogtonijn, Thunnus Orientalis, Blauwvintonijn en de Witte tonijn vallen.

Tonijnen kunnen net als haaien hun lichaamstemperatuur hoog houden, soms zelfs hoger dan het water waarin ze zwemmen, hierdoor is het mogelijk voor deze vissen om door koudere wateren te zwemmen. Het zijn ook zeer snelle vissen, met een snelheid tot wel 75 km per uur, zwemmen ze veel vissen eruit. De tonijn wordt zo een vier en een halve meter lang en kan over de 600 kilo gaan in gewicht.

Het eten van de tonijn bestaat vooral uit kwallen, inktvis, zandspiering en haring. Ze leven het jaar rond in de Grote Oceaan, Middellandse Zee en Atlantische Oceaan, maar tijdens de zomer en lente, wanneer ze naar het noorden trekken kun je ze soms ook in de Noordzee tegen komen. De vrouwtjes leggen vanaf hun achtste jaar maar 1 keer per jaar eitjes, maar dan wel gelijk zo een 10.000.000 stuks, helaas zijn er van al deze eitjes niet heel veel overlevenden.

10. (Regenboog)Forel

Hoeveelheid vet: 2 tot 10 gram

Wetenschappelijke naam: Oncorhynchus Mykiss

Forel is een redelijk ruim begrip voor een aantal verschillende vissen waaronder de volgende soorten vallen: de Salmo (Euraziatisch forel), zoals de Meerforel, Beekforel en Zeeforel, de Salvelinus (Noordelijk halfrond zalmforellen) zoals Amerikaanse meerforel, stierfoel, bronforel, trekzalm en Dolly varden. En dan heb je nog de Oncorhynchus (Pacifische forel of zalm) waaronder onder andere de regenboogforel, goudforel en de roodkeelforel vallen.

Om het gemakkelijk te houden zullen we ons op de regenboogforel focussen. Deze zoetwatervis behoort tot de familie van de zalm en eet vooral vis(jes). Oorspronkelijk komt deze vis uit Noord-Amerika, maar is sinds de 19e eeuw ook een veel voorkomende vis in Europa. Met name Denemarken is een belangrijke kweekvijver voor de regenboogforel, maar ook Italië en Frankrijk doen goed mee. 

De regenboogforel wordt vooral gekweekt voor de sportvissers, maar wordt ook verkocht aan bijvoorbeeld supermarkten of restaurants. Het paaien doen deze vissen in de lente waarbij de vrouwtjes ongeveer vierduizend eitjes legen die gemiddeld twee tot vijf cm groot zijn. Pas na een maand of vijfkomt het eitje uit en na weer een aantal weken gaat de larve uit zijn schuilplaats.

11. Pangasius

Hoeveelheid vet: 2 tot 10 gram

Wetenschappelijke naam: Pangasianodon Hypophthalmus

De pangasius komt het meeste voor in de Mekong, Vietnam en de Menam, Thailand. Vooral in Vietnam wordt deze vis als een belangrijke vis gezien. Dat komt omdat ze daar, sinds dat ze in de jaren 90 de pangasius zijn gaan kweken, nagenoeg alle pangasius van de wereld kweken.

De vis is redelijk neutraal van smaak en niet echt duur en is in zowel Nederland als Amerika één van de bestverkopende vissen. De Pangasius is een straalvinnige die behoort tot de reuzenmeervallen familie. Er zijn meerdere soorten pangasius zoals pangasius plyuranodon (sinds 1852), pangasius bourti (sinds 1880), pangasius elongatus (sinds 2002) en de pangasius myanmar (sinds 1991).

De pangasius wordt ook wel kortweg panga genoemd. In eerste instantie stond de panga bekend als een tropische tong, maar door slechte media-aandacht wordt deze vis steeds meer gezien als een poepvis. De media berichtten namelijk dat de pangasius uit modderige vijvers komen waar ook afval in wordt gedumpt.

12. Heilbot

Hoeveelheid vet: 2 tot 10 gram

Wetenschappelijke naam: Hippoglossus Hippoglossus

De heilbot valt onder de schollen en is dus een platvis. De heilbot komt voor in de Noordzee (langs de Nederlandse kust is de heilbot echter erg zeldzaam en als je ze al tegenkomt, dan zijn het slecht jonge vissen) en in de Noord-Atlantische Oceaan.

Zoals het platvissen betaamd, leeft ook de heilbot op de bodem van de zee en kan wel op duizend meter diepte zitten. De paaitijd is tussen december en april en dit doen ze op zo een 300 tot 700 meter diepte langs de kust van het continentaal plat en in diepe fjorden.

Wanneer de heilbot tussen de vijf en zeven cm is gaat hij pas naar de bodem met een maximale diepte op dat moment van 30 meter. Het dieet van de heilboot bestaat voornamelijk uit inktvis, krabben, kreeften en kleine vissen. Hij jaagt op de bodem, maar gaat ook naar boven om daar te jagen in de hogere waterlagen.

13. Schol

Hoeveelheid vet: 2 tot 10 gram

Wetenschappelijke naam: Pleuronectes Platessa

Wat in Nederland een schol heet, wordt in Vlaanderen meestal een Pladijs genoemd en behoort tot de scholachtigen (die weer tot de platvissen behoren). De schol heeft, omdat hij op de zeebodem leeft en toch iets moet zien als hij daar ligt, de ogen aan de rechterzijde van zijn kop zitten.

Het leven van de schol speelt zicht af op een diepte van ongeveer 200 meter. De paaitijd van deze vis is tussen januari en april en gebeurt op een diepte tussen de 20 en 40 meter. Wanneer de larven van de schol tussen de 12 en 14 cm zijn verplaatsen ze zich, na het zweven in het water, naar de bodem. 

Hoe ouder de schol wordt, hoe dieper hij zal gaan leven. Het dieet van de schol bestaat vooral uit kreeftachtigen, wormen en schelpdieren. In het Frans hij de schol en Plie, in het Duits een Scholle en in het Engels Plaice.

14. (Europese)Zeebaars

Hoeveelheid vet: 2 tot 10 gram

Wetenschappelijke naam: Dicentrarchus Labrax

Tot de baarsachtigen behoort de zeebaars. Gemiddeld wordt deze vis 50 cm, maar er zijn ook gevallen bekend dat hij 1,03 meter kan worden. De normale leeftijd van een zeebaars is drie tot acht jaar, waarvan ze in Nederland tussen de zes en acht als geslachtsrijp worden gezien. De oudste zeebaars is volgens Wikipedia 15 jaar, maar andere bronnen melden dat hij wel tot 30 jaar oud kan worden.

De zeebaars komt vooral voor in zuidelijke wateren, waaronder de Middellandse Zee waarbij de Noordzee de grens trekt aan de noordkant. De meeste zeebaars in Europa komt uit Engeland, Spanje, Portugal en Frankrijk. Het beste kun je de zeebaars kopen tussen september en april.

Wanneer je de zeebaars koopt kun je kiezen voor een jong exemplaar, welke meestal in z’n geheel wordt verkocht, maar ook voor een volwassen exemplaar. Aan te raden is om deze te laten fileren zodat er geen graten meer inzitten en de huid eraan te laten zodat de vis niet uit elkaar valt tijdens het bakken.

15. Zeewolf

Hoeveelheid vet: 2 tot 10 gram

Wetenschappelijke naam: Anahichas Lupus

De zeewolf hoort bij de baarsachtigen. Je kunt de zeewolf herkennen aan het groenbruin op de flanken en het blauwgrijze van boven met verticale strepen die donkerder zijn. Ook de behoorlijk grote kop is opvallend door zijn lange stevige tanden die aan de voorkant van zijn bek zitten en zijn stompe tanden die achterin zitten. Deze tanden worden één keer per jaar vervangen.

De gemiddelde lengte van de zeewolf is 80 tot 90 cm, maar kan wel 1,60 meter worden. Drie tot zeven kilo is zijn normale gewicht. De zeewolf is, wanneer hij rond de 1,5 meter is, geslachtsrijp.

De zeewolf eet voornamelijk schaal- en schelpdieren waarbij hij zijn achterste tanden gebruikt om deze te kraken en de voorste om ze uit te graven of te pakken. Hij mag er dan niet zo mooi uitzien, bijna angstaanjagend zelfs, maar deze vis is absoluut niet agressief.

16. Garnalen

Hoeveelheid vet: 2 tot 10 gram

Wetenschappelijke naam: Caridea

Eigenlijk zijn garnalen niet echt vissen, maar behoren ze tot de kleine kreeftachtigen. In Nederland kennen we vooral de Noordzeegarnaal ofwel de grijze garnaal (Crangon Crangon), deze garnalen zijn zogenoemde zandgarnalen met ene grijsbruin, maar doorschijnend lichaam.

Gemiddeld worden garnalen zo een drie jaar en krijgen een lengte tussen de vijf tot negen cm. De garnalen jagen ’s nachts, ze krijgen dan een donkerdere schutkleur, overdag zijn slechts zijn antennes en ogen te zien die uit het zand steken waarin hij zich heeft ingegraven.

De eitjes van de garnaal worden door de vrouwtjes 2 tot 3 keer per jaar gelegd en dat gaat per duizenden te gelijk. De eitjes worden op het achterlijf meegedragen. De garnaal is vooral te vinden vanaf Noorwegen (het oostelijke van de Atlantische Oceaan) tot Zuid-Spanje en Portugal (de Noordzee), maar ook in de Zwarte Zee en Middellandse Zee. Tussen de nazomer en november is de beste tijd om op garnalen te vissen omdat ze dan het dikste zijn.

17. Rode Poon

Hoeveelheid vet: 2 tot 10 gram

Wetenschappelijke naam: Chelidonichthys Lucerna

De rode poon, een straalvinnige die tot de orde van schorpioenvisachtigen behoort. Andere namen voor volwassen rode ponen zijn zeehanen of knorhanen. Je kunt de rode poon herkennen aan de blauwe borstvinnen (die ook als poten kunnen dienen en het lichaam wat ondersteuning kunnen geven) en de rode kleur van de rest van de vis.

De rode poon komt vooral voor in de Atlantische Oceaan, Middellandse Zee en Noordzee. Deze zoutwatervis leeft redelijk diep in het water; namelijk tussen de 20 en 300 meter. Gemiddeld wordt deze vis 30 cm in lengte, maar kan uitgroeien tot een maximum van 70 cm waarbij hij wel zes kilo kan worden. De maximumleeftijd die er is gemeten (volgens Wikipedia) is 15 jaar.

Rode poon wordt normaliter met bodemsleepnetten gevangen, maar is ook populair bij zee hengelaars. Ondanks dat er geen visquota is voor de rode poon in de Noordzee, bestempeld de “Goede Visgids” deze vis als “Koop deze vis liever niet”.

18. Mul

Hoeveelheid vet: 2 tot 10 gram

Wetenschappelijke naam: Mullus Surmuletus

Hij wordt ook wel de rode mul genoemd; de mul en behoord tot de zeebarbelen. De mul heeft gele lengtestrepen als hij volwassen is, over een rozerode huid. Verder heeft hij ook grote schubben, die laten overigens gemakkelijk los. Herkenbaar zijn ook zijn twee beweegbare lange kindraden, die hij kan opbergen in lengtegroeven.

De mul kun je vooral tegenkomen in de Oostzee (de Deense wateren) tot de Noordzee en de Noordoost Atlantische Oceaan van Mauritanië. Het paaien van deze vis gebeurt tussen mei en juli, waarna de eitjes in het water naar de Noordzee ‘zweven’. De kleine zilverkleurige mulletjes zwemmen eerst vrij, maar gaat als volwassen vis op een diepte van 100 meter op de bodem leven.

Het dieet van de mul bestaat vooral uit (levende) wormen, visjes, weekdieren en kreeftachtigen. In het Frans wordt de mul een Rouget-barbet de roche genoemd, in het Duits een Streifenbarbe en in het Engels een Red mullet.

19. Tarbot

Hoeveelheid vet: 2 tot 10 gram

Wetenschappelijke naam: Sophthalmus Maximus

De tarbot behoort tot de orde van de platvissen, welke weer onder de tarbotachtigen vallen. De tarbot ligt op de bodem op zijn rechterzijde en heeft daarom ogen aan de linkerkant van zijn kop zitten. Het is een bijna ronde vis met een kop die in verhouding behoorlijk groot is en hij heeft een grote bek.

Een vaste kleur kun je de tarbot niet geven aangezien zijn huid zich aanpast aan de kleur van de bodem. De tarbot kun je vinden in de Oostzee, Noordzee en Noordoost Atlantische Oceaan. Langs de kust van Nederland vind je in principe alleen de kleinere exemplaren. Op een diepte van meer dan tien meter paait de tarbot tussen april en augustus.

Zowel de larven als de eitjes moeten het zien te overleven door te zweven in het water, pas als hij rond de 25 cm is gaat de vis naar de bodem. De tarbot eet als hij klein is met name kreeftachtigen, pas bij zo een 10 cm gaat hij daar ook visjes bij eten en wanneer hij over de 30 cm lang is, bestaat zijn dieet bijna alleen uit vis(jes). In het Frans en Engels heet hij een Tubot en in het Duits een Steibutt.

20. (Kleine) Roodbaars

Hoeveelheid vet: 2 tot 10 gram

Wetenschappelijke naam: Sebastes Norvegicus

Roodbaarzen behoren tot de orde van de schorpioenvisachtigen en is een straalvinnige. De roodbaars is een zeer langzaam groeiende vis en wordt behoorlijk oud. Ze kunnen zelfs ouder worden dan 60 jaar.

Gemiddeld wordt een volgroeide roodbaars zo een 45 cm, maar kan groeien tot wel één meter, met een gewicht van wel 15 kilo. Het is een zoutwatervis die het beste gedijd in een gematigd klimaat en komt voor op een diepte tussen de 100 tot 1000 meter. Hij leeft in het noordoosten en noordwesten van de Atlantische Oceaan.

De roodbaars wordt als geslachtsrijp gezien wanneer hij een lengte van 31 tot 41 cm heeft bereikt. Omdat ze zo langzaam groeien, en dus traag volwassen worden, is deze vissoort behoorlijk gevoelig voor overbevissing. Voor de Nederlandse kust komt de roodbaars bijna niet voor. Het dieet van de roodbaars bestaat voornamelijk uit visjes en macrofauna.